vue d'ensemble de la grand'place de Furnes





Belfried -> Bergfried
Bergfried (richtiger B e r c h f r i t, altdeutsch bercfrit, pürfrit etc., franz. Beffroi. später Donjon, engl. Keeptower), der bei den meisten Burgen (mitunter mehrfach) vorhandene Hauptturm von verschiedenstem Grundriß, als Warte, Wehrbau, Rückzugsort, oder auch als Schild dienend (vgl. Burg).
Auch in Städten (B e l f r i e d) als Glocken-, Rathaus- oder isolierter Turm vorkommend. Das vieldeutige Wort bedeutete im Mittelalter auch besonders den hölzernen, auf Rädern an die Mauer zu schiebenden Belagerungs- oder W a n d e l t u r m (E b e n h o c h).
Meyers Großes Konversationslexikon. Ein Nachschlagewerk des allgemeinen Wissens.
Sechste, gänzlich neubearbeitete und vermehrte Auflage. Leipzig und Wien 1905-1909.
source : http://woerterbuchnetz.de/cgi-bin/WBNetz/startGlobalSearch.tcl?stichwort=belfried
Bergfried m.
‘Hauptturm einer Burg’,
ahd. ber(g)frit (Hs. 12. Jh.), mhd. bervrit, -vride, bercvrit ‘Angriffs- oder Verteidigungsturm, Befestigung’, ursprünglich beweglich (s. unten), später fest gebaut, volksetymologisch angelehnt an ↗bergen ‘in Sicherheit bringen’ oder ↗Berg (mhd. berc) und ↗Friede (mhd. vride, vrit) ‘Schutz’ und umgedeutet zu Bergfried (entsprechend auch mnd. berchvrēde).
Die Herkunft ist unklar. Es wird Anschluß an mlat. perfridus (12. Jh.), belfredus, berfredus u. ä. erwogen, aus byzant.-griech. *pýrgos phorētós (*πύργος φορητός) ‘tragbarer Turm’, der von Elefanten an die Befestigung herangetragen wird. Dann würden Wort und Sache der oströmischen (byzantinischen) Belagerungstechnik entstammen.
source : https://www.dwds.de/wb/Bergfried
belfry (n.)
c. 1400, "wooden siege tower on wheels" (late 13c. in Anglo-Latin with a sense "bell tower"), from Old North French berfroi "movable siege tower" (Modern French beffroi),
from Middle High German bercfrit "protecting shelter,"
from Proto-Germanic compound *berg-frithu, literally "high place of security," or that which watches over peace."
From bergen "to protect" (from PIE root *bhergh- (1) "to hide, protect") or [Watkins] *bergaz "mountain, high place" (from PIE root *bhergh- (2) "high," with derivatives referring to hills and hill-forts) + *frithu- "peace; personal security" (see affray).
The etymological meaning was forgotten, which led to folk-etymologies and a great diversity of spellings. It came to be used for bell towers (mid-15c.), which at first often were detached from church buildings (as the "Leaning Tower" of Pisa and the Campanile on Plaza San Marco in Venice), and the spelling was altered by dissimilation or by association with bell (n.).
source : https://www.etymonline.com/word/belfry
belfort [toren met klokken] {belfroet [wachttoren, toren, groot gebouw met toren] 1276}
< oudfrans beffroi, middeleeuws latijn belfredus, berfredus, berfridus, van germ. herkomst, vgl. oudhoogduits ber(g)frit en middelnederlands berchvrede [(verdedigings)toren], van nederlands bergen [in veiligheid brengen], middelnederlands bergen [in de hoogte gaan, rijzen] en vrede, dat allereerst wettelijke bescherming tegen wapengeweld, handhaving van de ‘stadsvrede’ betekende.
Dit nu is wellicht een volksetymologische aanpassing, want de ware herkomst is wel gezocht in byzantijns-grieks purgos phorètos [draagbare toren, die door een olifant naar de vestingmuur wordt gedragen] dat evenwel niet als zodanig schijnt voor te komen; wel purgos [draagbare toren, belegeringstoren].
P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997),
Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden,
2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen
source : http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/belfort
belfort zn. ‘toren waarin de stadsklok hangt’
Mnl. barfrot ‘klokketoren?’ [1263-77; CG I, 103], vpt belefroit ‘op het belfort’ [1276, Brugge; CG I, 306], beelfort [1337; MNW smarte]; vnnl. de groote clocke upden belfort dezer stede [1586; WNT klok I].
Ontleend aan Oudfrans beffroi, ouder berfroi ‘belegeringstoren’ [ca. 1155; Rey], via een volksetymologische vorming: het belfort is dan het → fort, de versterkte toren, waarin de klok, of → bel 1, hangt.
Het Oudfranse berfroi is een leenwoord uit Oudfrankisch *bergfriþu-. De verdere herkomst van het woord is hoogst onzeker. Het kan gaan om een vorming van pgm. *berga- ‘berg’, of van het werkwoord pgm. *bergan- ‘bergen, bewaren’, zie → bergen, met *friþu- ‘bescherming’, zie → vrede. Mhd. bercvrit ‘houten verschansing op berg; verdedigingstoren, bolwerk’; Engels belfry ‘verdedigingstoren, klokkentoren’.
Belforten komen met name voor in Vlaamse steden.
Lit.: E. Gamillschegg (1970) Romania Germanica I, Berlin/Leipzig 1934, 286-287
M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam
source : http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/belfort
